Productiehuis Rotterdam (Rotterdamse Schouwburg) & Nieuw West presenteren :
Lautsprecher Arnolt, een opera voor luidsprekers
van Erik-Ward Geerlings, Bart Visser en Huba de Graaff
WILco

REISVERSLAG ARNOLT IN TEHERAN

Lautsprecher Arnolt is een ‘opera voor luidsprekers’ van Huba de Graaff (muziek), Erik-Ward Geerlings (libretto en regie) en Bart Visser (beeld en installaties). Marien Jongewaard (acteur/regisseur bij Theatergroep Nieuw West en choreograaf in producties met Truus Bronkhorst) vertolkt daarin de Oostenrijkse schandaalschrijver Arnolt Bronnen (1895-1959), bij leven zowel bevriend met Bertolt Brecht als met Joseph Goebbels.

In leven en werk van provocateur Arnolt Bronnen verzamelden zich alle politieke en kunstzinnige extremen uit zijn tijd. In de opera treedt hij op als menselijke luidspreker; alle andere rollen worden vertolkt door luidsprekers van velerlei soort en formaat. Componiste Huba de Graaff heeft een voorkeur voor zowel welluidende melodieÎn als voor minder harmonieuze, meer schurende klankmengsels. In Lautsprecher Arnolt werkt ze uitsluitend met klanken die zonder de speaker niet zouden bestaan. In dit geluidsdecor speelt en zingt Marien Jongewaard een door en door neurotische man die zich als levende luidspreker probeert staande te houden in een kakofonische wereld vol speakers. Hij gaat verhoudingen met ze aan: sluit vriendschap met speakers, wordt verliefd op speakers, manipuleert en verraadt speakers; niets menselijks is hen vreemd. Ondertussen verloopt er een halve eeuw wereldgeschiedenis en de speakers nemen in aantal en volume toe. Maar Arnolt schreeuwt terug. Luid, luider, luidst!

24-3-2004 première
Rotterdamse Schouwburg, Krijn Boon Studio

DOWNLOAD VIDEO
recensies  
LAUTSPRECHER ARNOLT

Luid, LUIder, LUIDTST spreken !

Links, Rechts, Links, maakt niet uit. Arnolt zwalkt ideologisch heen en weer, het PA deint mee, de sexuele drijfveren (?) de ideologische (?) wanhopige (?) hypocriete (?)

(De schetterende anonieme muziek uit de ochtendspeakers en de stem van de omroeper die iedereen tot kalmte maant, de popster voor 100.000 man als heel klein miertje op het podium met het mega-pa aan weerszijden, de pogingen om het klassieke orkest weer als in de huiskamer te doen klinken, de winkelspeakers onzichtbaar met hangende cd-spelers zodat je slechts een kort fragment in een loop hoort etc etc etc etc)

EEN OPERA VOOR LUIDSPREKERS
Het toneelbeeld : een grote hoeveelheid (bewegende) speakers in alle mogelijke formaten en uitvoeringen, tesamen een buitengewoon
vormgegeven en vooral dynamisch complex van speakers, waarvan er een groot aantal verplaats- en/of verstelbaar zijn.

De geluidstechniek die het toneelbeeld bepaald doet uiteraard denken aan de revolutionaire esthetiek van de techniek die in die jaren in opkomst was (futurisme e.d.) en maar ook aan de geweldige geluidssystemen die voor popconcerten zijn ontwikkeld.

Vanzelfsprekend zal dit alles gepaard gaan met de nodige aardebrom, rondzingers en gekraak en andere vervorming. Geen enkel systeem is perfekt.

De opbouw en ontwikkeling van ideologische
systemen wordt ook met het installeren van speaker-constellaties vorm
gegeven. Er worden PA’s onthuld, speakers verplaatst, gericht, apparatuur opgesteld,
ge(de)monteerd, aangesloten, mee gegooid, gesmeten en vernietigd.

Temidden van het lawaai in dit technologisch landschap gaat Arnolt zijn eigen
weg, brult de longen uit z’n lijf en doet -tegen wil en dank- nog provocerende
en potsierlijk pogingen individueel overeind te blijven.

In de laatste scene, wanneer hij nog slechts mag recenseren in de DDR, is Arnolt
zo goed als uitgebruld, terwijl de sneeuwvlokjes dwarrelen.

Luidspreker, schrijver Arnolt Bronnen (1895-1959) leefde in een tijd waarin de loudspeaker een ideologische reuzenontwikkeling maakte en voor het eerst werd ingezet als politiek medium. (toespraken, radio, televisie). Was bevriend met Bertolt Brecht zowel als Joseph Goebbels, klom op in nazi-duitsland, moest het veld ruimen, ging in het verzet, en belandde uiteindelijk in de DDR waar Brecht hem aan een baantje als filmrecensent hielp.

Lautsprecher Arnolt op het 23e Fadjr Festival in Teheran

Door ErikWard Geerlings

De eerste confrontatie met de as van het kwaad is de slechtste niet want een half uur na aankomst zijn we allemaal miljonair. Voor 100 Euro krijg je meer dan een miljoen Khomeini's. Dat zijn honderd briefjes van 10.000 rial met even zovele afbeeldingen van de bekende baardaap die we nog op ontelbare foto1s en muurschilderingen, in de etalages en in de theaters zullen tegen komen. Als aanstichter van de Islamitische Revolutie is Khomeini niet alleen de gewezen opperste leider van Iran maar ook de opperste vijand van de kunst. Daarbij is hij eigenlijk ook de vader van de militante islam. De Iraanse revolutie van 1979 dient nog altijd als voorbeeld van hoe door de gewapende strijd de religie kan zegevieren. En dan zijn daar acht ongewapende atheïsten met een stukje avant-garde theater dat evenveel platvloerse als vrijzinnige elementen bevat. Was dat niet vragen om moeilijkheden?

Iedereen om ons heen had bezorgd gevraagd of we wel goed zouden uitkijken. En zelfs of we daar nou wel persé heen moesten, naar Teheran, al was het dan op uitnodiging, dan moet je toch wel heel voorzichtig zijn. Maar die vrees bleek absoluut niet terecht. Uiteraard waren wij zeer geprivilegieerd. We hadden een gids, Mojdah een studente van 23, die gouden diensten verrichtte en als tolk vele misverstanden wist te voorkomen. Als officiële festivalgasten hadden wij van politie, leger of geheime diensten weinig te vrezen - of we hadden het wel zeer bont moeten maken. Dat het pad smal is bleek de tweetal keren dat we buiten het programma om op bezoek gingen bij mensen thuis. Dat kon eigenlijk niet en de festivalleiding wilde daar geen verantwoordelijkheid voor nemen. Maar we hebben hooguit die mensen in gevaar gebracht. En dat viel schijnbaar ook nogal mee. Als de blikjes Heineken maar uit beeld bleven als we een foto wilden maken.

Het enige reële gevaar waar we ons in konden begeven was het verkeer. De enige regel die daar leek te gelden was: let op het verkeer voor je. Wat er achter je gebeurt is niet jouw probleem. Toch zag je ook oude of invalide mensen de vijfbaans wegen zonder kleerscheuren overschuifelen. De mensen op straat waren uiterst open en vriendelijk. Als je naar ze keek gingen ze lachen en als je terug lachte kon je een gesprek beginnen. De politiek was geen verboden onderwerp, integendeel, vrij snel ging het over de repressie waar ze onder lijden en de hoop die Amerika voor hen belichaamt. Het belangrijkste leek wel de behoefte om het negatieve beeld dat de wereld heeft van het land te corrigeren. Wat we vonden van het land en de mensen was de vraag die op veel lippen brandde en als je daar positief op antwoordde bleek dat een grote opluchting.

Die behoefte aan contact en positieve bevestiging bleek ook en vooral in het theater. Nu Iran zo geïsoleerd is biedt het festival uiteraard een blik op de wereld. Maar niet alleen waren de zalen bij alle voorstellingen in het festival meer dan overvol, het theater heeft ook als ontmoetingsplek voor jongeren een duidelijke functie.Officieel zijn sexuele relaties voor het huwelijk verboden - evenals vrouwelijke zang, dansen en natuurlijk de drank - maar daartegen wordt er op grote schaal gezondigd - niet alleen bij de mensen thuis. Overal rondom het City-theatre kun je zien hoe jonge paartjes elkaar ontmoeten.

Het City-theatre, waar het festival zich voor een groot deel afspeelt, is een reusachtig ovaalvormig gebouw waarin een zevental kleine tot zeer kleine ruimtes het gehele jaar als theaterzaal dienst doen. Wij waren echter in de grote zaal geprogrammeerd - een mooie halfronde maar behoorlijk volumineuze zaal met zo1n 700/800 plaatsen. De eerste aanblik was wel even schrikken voor Marien. Niet alleen was de toneelopening een meter of 12 breed, de toeschouwers zaten in een nog veel bredere hoek (zo1n 150 graden) rondom het voortoneel. Om van daar uit het publiek van links naar rechts te bespelen moet je je vrijwel helemaal omdraaien. Daarbij waren er nog enkele onzekere factoren: of alle spullen uit NL wel zouden zijn aangekomen en zo ja waar dan en of alle toegezegde techniek die het theater zou leveren inderdaad beschikbaar zou zijn.

Uit beleefdheid zegt men altijd Œja1 bleek later, ook als het antwoord onzeker is of negatief. Er was voortdurend een grote groep technici beschikbaar maar het viel soms niet mee om ze goed in te zetten. Regelmatig trok iemand de stekker uit een apparaat dat we net met veel moeite werkend hadden gekregen. En over de inrichting van de mengtafel liepen de meningen ook erg uiteen. De opbouwtijd was beperkt. En tot overmaat van ramp dwong het festival ons reeds vroeg op de middag een doorloopje af - terwijl we daar nog helemaal niet klaar voor waren - omdat een censuur commissie het gebodene wilde beoordelen. De commissie bleek te bestaan uit een uitzonderlijk stugge Iraniër die op de Engelse vertaling van het script de vieze woorden en zinnen met een seksuele connotatie van accolades voorzag. De man zelf wilde geen toelichting geven maar de festivalleiding vroeg ons de aangegeven woorden en passages weg te laten of te veranderen. Om het niet moeilijk te maken voor het festival, dat van de politiek altijd zwaar weer kan verwachten , veranderden we 'shit' in 'hate' en 'masturbation' in 'provocation'. Het grootste probleem vormde nog de sex voor (en tijdens) het huwelijk die - ofschoon niet uitgebeeld - ter sprake komt maar zo deel uit maakt van het verhaal dat je er niet vanaf komt door een paar woorden te schrappen. Ook daarin deden we tekstueel nog een concessie en voor de rest lulden we ons eruit zonder te weten of het nog consequenties zou hebben . Voor het festival, niet voor ons, want wij waren immers officiële gasten.

Ondanks alle beperkingen en dankzij ieders tomeloze inzet lukte het om in anderhalve dag de voorstelling goed op te bouwen - technisch hier en daar wat eenvoudiger - maar alles stond er en deed het zowaar. En Marien bleek de grote zaal goed aan te kunnen. De eerste avond nog met een aantal onzekere momenten, de tweede avond overtrof hij zich zelf weer eens op authentiek Jongewaardse wijze. De zaal zat twee keer vol, de eerste avond zelfs meer dan in Nederland zou worden toegestaan. (Een van de talloze voorbeelden die je zou kunnen geven van vrijheden die men zich in een dictatuur nu juist weer wel veroorlooft.) Ook de gangpaden waren allemaal bezet. En de tweede avond viel men letterlijk - omdat de zaaldeuren iets later open gingen -de zaal binnen.

Ondanks de zichtbare belangstelling is het ontzettend moeilijk te peilen hoe de voorstelling nu eigenlijk gevallen is. Voor een groot deel van het publiek was het ongetwijfeld een bijzondere ervaring. Lautsprecher Arnolt is en blijft een experimentele voorstelling - op wonderbaarlijke wijze in evenwicht - maar met een aantal ongebruikelijke elementen: zingende speakers die personages voorstellen, een boventiteling die een deel van het verhaal vertelt, en een acteur die ook moet zingen, dansen, mimen en techniek bedienen. Daarbij is de voorstelling technisch complex en dus ook kwetsbaar. Maar het stond er allemaal en functioneerde. Marien kreeg nog heel wat fans op hem af die zijn handtekening vroegen of met hem op de foto wilden. Een vrouw bezwoer hem dat hij de meest bijzondere acteur was die ze ooit had gezien. Nu is Marien ook wel een bijzonder fenomeen, ook voor Nederlandse begrippen. Zo speels, kwetsbaar, extatisch en ongegeneerd durven maar zeer weinigen ten tonele te verschijnen. In België kijkt men al heel vreemd tegen hem aan. In Teheran moet dat effect nog vele malen groter zijn geweest.

Op de slotavond van het festival werden alle gasten en genodigden getrakteerd op een twee en een half uur durende serie toespraken in de voor ons onbegrijpelijke Perzische taal, die zoals we leerden wel een aantal lettertekens gemeen heeft met het Arabisch maar verder in gene delen iets met die taal te maken heeft. We zitten tamelijk voor aan in de zaal tussen de Japanners en de Polen en zien het allemaal uit beleefdheid aan. Tussen de toespraken worden ook muzikale en religieuze tussenspelen opgevoerd. Het blijkt een nationale feestdag te zijn waarop gevierd wordt dat Ali, neef van de profeet als diens opvolger is aangewezen. Al met al een politiek correcte avond waarmee aangetoond moet worden dat theater en religie wel degelijk samen gaan. Niets en niemand ontkomt in dit land aan een dubbele agenda. Het laatste half uur worden er 8 oudere mannen op het podium geroepen - prominenten uit het theater en de cultuurpolitiek en er worden prijzen en plakkaten uitgedeeld. Als Marien en ik het toneel op worden geroepen, de mannen een hand geven en applaus in ontvangst nemen zijn we uiteraard wel trots het eerste Nederlandse theater te zijn dat het oude Perzië heeft bereikt.

Een aantal contacten die we hebben opgedaan biedt mogelijkheden om nog eens terug te keren. Marien kreeg een aanbod om een workshop te komen geven. Erik-Ward schrijft mogelijk een monoloog voor een jonge actrice. En Jorg en Patrick gaan mogelijk in het voorjaar al terug om een een internationale coproduktie van licht en geluid te voorzien. Culturele uitwisseling is de enige manier om eventuele hervormingen van het land te steunen. Het is de huidige generatie jonge mensen die iets zal moeten ondernemen in de komende jaren - maar of zij de moed zal hebben en kansen weet te creëren voor een fluwelen revolutie is op z1n zachtst gezegd twijfelachtig. Teheran is geen Praag en er bestaat nog helemaal geen georganiseerd verzet - en geen alternatief voor de huidige macht. Er lijkt weinig animo te zijn om weer een revolutie te beginnen in Teheran - de revolutionairen zijn immers aan de macht en iedereen weet hoe erg dat is. Een langzame hervorming van binnen uit - dat idee leeft nog wel bij de mensen die we spraken. Hopelijk hebben de Amerikanen nog even geduld.
(E.W.G.)

Volkskrant 26 maart 2004

Sterke verhalen in schurende opera over luidsprekers

Vaak herken je hem van verre: de verlegen puber, niet goed raad wetend met lijf en leden, stilletjes naar buiten, kokend van binnen. Niet lang meer en hij zal zich ontladen, dan zal hij gaan spreken, luider dan strikt noodzakelijk. Hij zal zich overschreeuwen.
Arnolt Bronnen (1895-1959) was er zo een. Oostenrijker, geboren en getogen in een woelige tijd in het Wenen van Freud, van Wittgenstein. Strijder (in de Eerste Wereldoorlog), schrijver, avant-gardist, provocateur in het Berlijn van Brecht. Onbekend bij het grote publiek misschien, maar bevriend met een reeks illustere tijdgenoten.
Ook Marien Jongewaard is er zo een. In ieder geval geloof je daar (opnieuw) vast in wanneer je hem de rol ziet vertolken van Bronnen, held uit ‘Lautsprecher Arnolt’, de productie waarmee Erik-Ward Geerlings na een aantal jaar terugkeert als regisseur. Een opmerkelijke terugkeer, dat moet meteen gezegd, want rond deze curieuze figuur Arnolt schreef componiste Huba de Graaff muziek: een swingende schurende opera voor luidsprekers.
Dat houdt onder meer in dat Jongewaards tegenspelers gestalte krijgen in de vorm van luidsprekers (ontworpen door Bart Visser). En ook dat daar al snel niets vreemds meer aan is. Wufte juffers van luidsprekers kirren de jonge Arnolt aan, Bertolt Brecht is een dunne bibberaar en Arnolts geliefde Olga bestaat uit twee mooie rondingen; het blije liefdesdansje dat Jongewaard met haar uitvoert, behoort tot een van de ontroerendste scenes van de voorstelling.
Binnen dit onorthodoxe staketsel houden de makes zich strak aan een chronologische verhaallijn. Geboorte, boze puberteit, vreemde vriendschappen, en de keer op keer foute keuzes - de ingredienten kortom, die het leven van Arnolt de nodige theatraliteit geven: ze worden hoog tegen de achterwand geprojecteerd.
Jaartallen en (zang-)teksten geven publiek zo een steuntje, terwijl de muziek zich kronkelend en heftig voorwaarts stuwt en Jongewaard zich op z’n tijd de longen uit het lijf schreeuwt. Wie vraagt om een geschoold zanger als je bedenkt dat Bronnen in de Eerste Wereldoorlog door hals en keel geschoten werd? En bedenkt dat hij zich ooit liet strikken voor het Ministerie van Propaganda ten tijde van Hitler?
Sterke verhalen, spannende muziek en niet in de laatste plaats, de meeslepende performance van Marien Jongewaard maken dit originele, kleine muziekproject absoluut de moeite waard.

Karin Veraart

De Telegraaf - 26 maart 2004

Creatieve ‘Arnolt’

Aan het groeiende woud van verkenningen op het gebied van multimedia-muziektheater heeft Huba de Graaff een interessant boompje toegevoegd. Samen met tekstschrijver en regisseur Erik-Ward Geerlings maakte zij voor het Productiehuis Rotterdam de ‘luidsprekeropera’ ‘Lautsprecher Arnolt’ die een geslaagde première beleefde in de Rotterdamse Schouwburg.
‘Lautsprecher Arnolt’ is qua tekst niet al te wereldschokkend en vernieuwend, maar het muzikale concept is wél iets nieuws. Geerlings schreef een ‘gewone’ theatertekst over het merkwaardige, door bijna niet te verklaren zwenkingen tussen avant-garde, nazisme en communisme gekenmerkte leven van de in vergetelheid geraakte Oostenrijkse theaterkunstenaar Arnol Hans Bronner (1895-1959). Die tekst wordt slechts door één, ook zingende, acteur gebracht. Maar het is geen monoloog.
Marien Jongewaard is in de voorstelling omringd door luidsprekers die hij over het toneel heen en weer sleept. Een deel van de luidprekers is door Bart Visser als bewegende installaties vormgegeven. Zij worden bezield tot menselijke personages en in die rol vertolken ze de andere karakters van het verhaal. Dat werkt wonderbaarlijk goed. Een als een soort beugel-bh voormgegeven speakerduo suggereert geestig Bronners eerste, met Joseph Goebbels gedeelde geliefde. Een door Jongewaard naar voren gerolde batterij grote boxen illustreert doeltreffend de massahysterie ronde een Führer-toespraak.

Zwaarwichtig

Geerlings’ tekst is wat zwaarwichtig in grootse verwijzingen naar verbanden tussen kunst, manipulatie en het werkelijke leven en Jongewaard mag in de hem op het lijf geschreven rol van theaterbeest veel groots en meeslepends melden, wat hij doet in een passend over-theatrale stijl waar je van moet houden.
Het blijft uiteindelijk prima verteerbaar door het contrasterende, speels understatementachtige muzikale geluidsdecor dat De Graaff maakte. Haar bijdrage geeft de via de luidsprekers tot leven gewekte personages een vrolijke luchtigheid die voor een aangename relativering zorgt van het Grote Theater dat er anders zou ontstaan. Bovendien heeft Geerlings slim gebruik gemaakt van de mogelijkheid om via de speakers bijna documentaire achtergrondteksten ter verduidelijking te laten klinken.

Het speelse element houdt niet op bij de ruimtelijke vormgeving van het geluid en het heftig fysieke gesleep met alle spullen van Jongewaard, dat vanuit dramatisch oogpunt het alles en iedereen manipulerende karakter van het personage Arnold Bronner fraai onderstreept. Zeker zo geestig en creatief is de collage van teksten, sfeergeluiden en muziek die De Graaff componeerde.

Effectief

De verhalende kwaliteit van haar op tape gezette mix is sterk en effectief als in een ouderwetse opera. De Graaff maakt bovendien heel prettig onbekommerd filmische muziek die varieert van een passend Weens klinkend honkytonk-pianomotiefje tot op jaren-zeventig-popmuziek geïnspireerde, vervormde gitaarfragmenten. Die muziek vormt een goed in elkaar stekend geheel met uit film en hoorspel bekende effectgeluiden. Soms is dat atmosferisch ‘normaal’ geluid, soms is dat fors het drama onderstrepende heftige elektronica inclusief gesamplede beats. Het is bovendien allemaal perfect van timing, fijn afwisselend, beknopt binnen een overkoepelende spanningsboog, en prettig direct popmuzikaal op een manier die het drama op het toneel van een extra dimensie voorziet.

Roeland Hazendonk